Duurzaam & Creatief

Dit wandpaneel is gemaakt van oude spijkerbroeken

· 4 min leestijd

Ergens in een kast ligt hem nog: die spijkerbroek die je al jaren niet meer aantrekt maar ook niet over je hart kunt verkrijgen om weg te gooien. Terecht, want Nederlandse huishoudens gooiden in 2022 zo'n 215 kiloton textiel weg, meer dan de helft daarvan verdween in de verbrandingsoven. Een groep Nederlandse bedrijven bedacht er iets slims op. Ze maken van die afgedankte jeans wandpanelen, tafelbladen en akoestische panelen. Het resultaat heet DenimX en het is niet zomaar een gimmick op een beurs.

Van kledingberg naar bouwmateriaal

DenimX is een materiaalcollectie die textielverwerker en distributeur Maiburg sinds dit jaar exclusief op de markt brengt, onder het duurzaamheidslabel Maigreen. Het uitgangspunt is simpel: versleten jeans en ander textielafval vermalen, en met een bio-based bindmiddel persen tot drie soorten platen. ECO-HPL is de hardste variant, bestand tegen stoten en krassen. BIO-Laminaat is buigzamer en daardoor geschikt voor gebogen vormen. ECO-vilt is het zachtste type, gemaakt om geluid te dempen in plaats van wind en weer te weerstaan.

Het bijzondere zit in de herkomst. Waar de meeste "duurzame" plaatmaterialen nog steeds voor een deel uit nieuwe grondstoffen bestaan, draait DenimX volledig op textiel dat al in omloop was. Dat scheelt niet alleen nieuwe katoenteelt, het pakt ook een probleem aan waar Rijkswaterstaat-programma Afval Circulair al langer voor waarschuwt: textiel is een van de moeilijkste afvalstromen om echt te recyclen.

Wat je ermee kunt

De drie materialen zijn elk gemaakt voor een andere plek in huis. ECO-HPL leent zich voor tafelbladen, keukenbladen en balies, plekken waar je materiaal iets moet kunnen hebben. BIO-Laminaat komt in beeld bij wandbekleding en gebogen meubelonderdelen. ECO-vilt tot slot is bedoeld voor akoestische panelen, stoffering en decoratieve accenten, denk aan een thuiskantoor waar je de galm van een kale muur kwijt wilt.

De collectie komt in zes op elkaar afgestemde kleuren, zodat je in één ontwerp meerdere materialen kunt combineren zonder dat het rommelig wordt. Dat is meteen een verschil met veel eerdere recyclingmaterialen, die vaak in één grauwe tint verkrijgbaar waren en daarmee moeilijk in een net interieur pasten. De platen zijn bovendien gecertificeerd voor gebouwen die aan de BREEAM- en WELL-normen moeten voldoen, de kwaliteitskeurmerken die grote kantoren en zorginstellingen tegenwoordig eisen. Dat maakt het meteen geloofwaardig genoeg voor projecten waar duurzaamheid niet alleen een mooi verhaal mag zijn, maar ook aantoonbaar moet kloppen.

Waarom dit nu opduikt

DenimX staat niet op zichzelf. Deze materialen sluiten aan bij de trend naar warme, natuurlijke materialen die dit jaar overal opduikt: bamboe, kurk, wol en gerecycled textiel vormen samen de nieuwe basis van het interieur van 2026. Ook andere fabrikanten experimenteren met vergelijkbare grondstoffen, van laminaat op basis van appelpulp tot platen gemaakt van plastic dat uit de oceaan is gevist voordat het in zee terechtkwam. Waar zulke materialen een paar jaar geleden nog vooral als curiosum op een designbeurs stonden, verschijnen ze nu in echte projecten met een echt budget. Duurzaamheid is niet langer het excuus voor een saai interieur, het wordt juist het verhaal dat je aan gasten vertelt.

Die verschuiving zie je ook terug in hoe mensen nu al met oude spullen omgaan. Wie eerder al de kringloop afstruinde voor vintage meubels deed in feite hetzelfde: iets een tweede leven geven in plaats van het nieuw te kopen. DenimX trekt die gedachte alleen door tot op materiaalniveau. Niet het meubel wordt hergebruikt, maar de grondstof waar het meubel van gemaakt wordt.

Nog niet bij de bouwmarkt, wel al bij de architect

Belangrijk om eerlijk over te zijn: je loopt DenimX voorlopig niet zomaar bij de bouwmarkt tegen. De platen worden verkocht via de vakhandel, aan architecten, interieurbouwers en projectinrichters die met BREEAM- of WELL-gecertificeerde gebouwen werken. Dat is precies het traject dat eerdere duurzame materialen ook aflegden. Kurk en bamboe verschenen eerst in kantoren en zorginstellingen voordat ze in gewone woonkamers belandden, en linoleum deed er decennia over om van ziekenhuisvloer tot geliefd keukenblad te worden.

De kans is groot dat je DenimX het eerst tegenkomt in een nieuw kantoorpand, een hotellobby of een showroom, en pas daarna in interieurwinkels voor consumenten. Wie nu al bewust bezig is met een groener interieur kan er wel alvast rekening mee houden bij een volgende verbouwing: vraag je aannemer of interieurarchitect gewoon of dit soort circulaire platen een optie is, ook als je ze niet zelf bij een winkel kunt bestellen.

Wat je hier zelf morgen al mee doet

Je hoeft niet te wachten tot DenimX in de schappen ligt om iets met het idee te doen. Bewaar je eigen versleten spijkerbroeken in plaats van ze bij het restafval te gooien, textielinzameling en kringloopwinkels sturen dat materiaal namelijk vaak door naar precies dit soort verwerkers. En als je binnenkort verbouwt of een interieurontwerper inschakelt, is de vraag naar circulaire plaatmaterialen simpelweg stellen al genoeg om het aanbod een stukje dichterbij te brengen. Grote materiaalverschuivingen in de bouw beginnen zelden bij de consument, maar ze eindigen daar bijna altijd wel.

C
Geschreven door Charlotte Peeters Interieurarchitect & redacteur

Charlotte ontdekte haar liefde voor interieur toen ze als tiener de woonkamer van haar ouders stiekem herinrichtte terwijl zij op vakantie waren. Tot haar verbazing waren ze blij met het resultaat, en zo begon haar carrière. Ze studeerde interieurarchitectuur in Antwerpen en werkte daarna bij diverse designstudio's in Nederland en België. Ze is gespecialiseerd in het combineren van budgetvriendelijke oplossingen met high-end design. Haar overtuiging: een mooi interieur hoeft niet duur te zijn, het moet vooral slim zijn.